De Friese Waterlinie bestaat uit een aantal schansen achter de twee rivieren van de Stellingwerven: De Lende en De Tsjonger (Fries) / De Kuunder (Stellingwarfs). Die bevinden zich in het natte veengebied in het zuiden van Friesland. Door land onder water te zetten tussen de verschillende versterkingen (men noemt dat inunderen) spreekt men van een ‘waterlinie’.

Voordat daar sprake was van een Waterlinie in de 17e eeuw, waren er in de Tachtigjarige Oorlog ook al verdedigingswerken met aarden wallen: ‘schansen’. Die schansen lagen op de schaarse, strategische doorgangen door de natte hoogvenen en laagvenen. Die linie van verdedigingswerken strekte zich als stelsel uit van Slijkenburg vlak bij de Kuinre aan de  Zuiderzee tot in Drenthe (Een-west) en Frieschepalen. Die oude verdedigingslinie is verder uitgebouwd tot Friese Waterlinie.

Verdediging Noord-Nederland 1673

1672

In april 1672 verklaart koning Lodewijk de XIV, de ‘zonnenkoning’ van Frankrijk, de oorlog aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij wordt daarbij gesteund door koning Karel II van Engeland en de bisschoppen van Münster en Keulen. We hebben in Noord-Nederland vooral te maken met de bisschop van Münster: Bernard von Galen bijgenaamd Bommen Berend.

Op 1 juni valt Bommen Berend Overijssel binnen. Hans Willem van Aylva, de opperbevelhebber van de Friese troepen, heeft op dat moment de leiding over de verdediging van de IJssellinie. Omdat de Staten van Overijssel zich dreigen over te geven verlaat Van Aylva met zijn troepen Overijssel op 24 juni 1672. Gedeputeerde Staten van Friesland komen in een spoedzitting bij elkaar en besluiten midden in de nacht dat zij Friesland tegen Bommen Berend wél zullen verdedigen. Van Aylva brengt zijn troepen achter de rivieren De Lende en De Tsjonger / Kuunder. Dan proberen timmerlieden en boeren, op last van de verdediging van Friesland, de meer of minder vervallen schansen uit de Tachtigjarige Oorlog te herstellen en versterken. Dat is dan nog geen groot succes.

Omdat Overijssel zich heeft overgegeven, vindt op 12 juli 1672 een aanval door de Friese troepen plaats op de Overijsselse Kuinderschans, die al door de Munsterse troepen is bezet. Deze Friese aanval slaagt niet. Gelukkig, voor Friesland althans, besluit Bommen Berend dan eerst Groningen aan te vallen. Wel vinden in die tijd in het oosten van de Friesland invallen plaats door plunderende Munstersen. Het inmiddels beroemde, lange beleg van Groningen door Bommen Berend duurt van 21 juli tot 28 augustus 1672. Stad Groningen houdt stand, Groningen is ontzet! Bommen Berend moet onverrichter zake de aftocht blazen.

Begin september 1672 vindt de tweede aanval van de Friese troepen op Kuinderschans plaatst. Die heeft wel succes. Het onder water zetten van gebieden langs De Lende en De Tsjonger / Kuunder wil, onder andere door sabotage door de boeren, nog niet echt lukken. 

Bommen Berend doet dan in het najaar van 1672 een eerste aanval op de Friese Waterlinie, of wat daar op dat moment al van bestaat. Hij neemt de Blessebrugschans onder Wolvega in, maar ‘komt geen duimbreed verder’. In de winter wordt er meestal niet gevochten, althans zo lang het niet vriest, vanwege de te modderige landwegen. De Munsterse troepen blijven die winter aanwezig in de regio, ingekwartierd bij burgers en buitenlui in en om Steenwijk. Die winter en volgend voorjaar komen versterkingen van Franse troepen vanuit het zuiden om Bommen Berends aanvalsmacht te vergroten. Naar verluidt zwelt die zó aan tot zo’n tienduizend troepen.

1673

De aanleg van dammen in De Lende en de Tsjonger / Kuunder begint, om zo het land onder water te zetten. De dam bij Kuinre wordt een mislukking. Omdat de regenten en burgerij in Friesland slecht met elkaar kunnen opschieten en vooral bezig zijn te ruziën met elkaar, benoemt stadhouder Willem III op 26 april zijn ervaren oom Johan Maurits van Nassau Siegen tot opperbevelhebber van het Noorden. Mogelijk dat zijn zus Albertine Agnes, moeder-regentes van de nog jonge Friese stadhouder, mede daarin de hand heeft gehad.

Overal wordt nu de ‘derde man’ opgeroepen (dit zijn burgers die het ‘uytschot’ of ‘opontbod’ worden genoemd). Johan Maurits maakt voortvarend werk van het herstellen van de schansen en het onder water zetten van gebieden langs de beide rivieren. Omdat zout water uit de Zuiderzee via de Lende boerenland onder water zet, wat slecht nieuws is voor de boeren, werken die hem daarin flink tegen. Maar Johan Maurits zet dit krachtig door onder het motto: ‘liever verdorven land dan geen land’.

In zowel De Lende als De Tsjonger / Kuunder komen meerdere dammen. Op 17 en 18 juni 1673 worden de dammen ernstige beschadigd door hoog water. Pas op 20 juni begint de aanleg van een dam bij Slijkenburg. Tegelijk moet daar de schans nog steeds worden hersteld. Werklieden leveren overal veel problemen op. In juli en augustus 1673 vinden er door Friese troepen uitvallen plaats tegen de Munstersen. De laatste uitval is op 19 augustus naar Steenwijk. Die Friese uitval mislukt volkomen. 

Wel is de Friese Waterlinie nu zo goed als gereed. De goden zijn de Friezen ook gunstig gezind: het is een heel nat jaar waardoor een grote troepenmacht zich moeilijk over modderwegen kan bewegen met al dat zwaar geschut mee op de wagens. Wegen en bruggen over De Lende en De Kuunder / Tsjonger worden in alle haasten nog door de Friezen ‘verhouwen’, want dat er een aanval aan komt is duidelijk.

Van 24 op 25 augustus 1673 is het dan zo ver: de lang verwachte aanval van Bommen Berend op Friesland, en dat ook nog eens op drie plaatsen tegelijk.

Door verraad weten de Munstersen doorwaadbare plekken in De Lende en De Tsjonger / Kuunder te vinden. Generaal Mornas, leider van de Munsterse hoofdmacht, trekt via Drenthe om De Lende heen, hij steekt vervolgens via Makkinga de Tsjonger / Kuunder op drie plekken over naar Donkerbroek. Kolonel Haultin neemt met duizend man de Blessebrugschans in onder Wolvega. En kolonel Bellerose trekt met zijn duizend troepen via de Bekhofschans op naar Oldeberkoop. Men komt uiteindelijk tot vlakbij Heerenveen: in De Knipe worden huizen geplunderd en in brand gestoken, op de Mildamster heide vindt een gevecht plaats; ook van Katlijk en Gorredijk zijn groepjes plunderende Munsterse soldaten bekend.

Een hevige Noord-Wester storm stuwt op dat moment echter het water in De Lende en de Tsjonger / Kuunder sterk op, het land komt in rap tempo meer en meer onder water te staan. De troepen van Bommen Berend zijn bang ingesloten te worden en als ratten in de val te komen. Ze vluchten hals over kop via Wolvega en de Blessebrugschans terug naar  Steenwijk. Het verslag van die chaotische terugtocht van Munsterse troepen zegt dat het  verschil tussen land en water niet meer te zien was; vele wagens, paarden en soldaten geraakten in het water en verdronken.

De Friese Waterlinie heeft Bommen Berend verslagen, maar anders dan bedacht

Zie voor meer informatie over het Rampjaar elders ook de volgende sites:

Overijssel https://www.bommenberendinoverijssel.nl

Landelijk https://rampjaarherdenking.nl

Op de landelijke site is het Programmaboek landelijke events te vinden en de links naar andere linies en vestingsteden die 1672 en 1673 herdenken met festivals, re-enactment en tentoonstellingen, evenals podcasts, educatie en boekenuitgaven (ook stripboeken)